Studentenacties

De medezeggenschap wordt door veel colleges van bestuur niet erg serieus genomen: veelal worden plannen als vaststaand gepresenteerd in de pers en in de interne communicaties, de decanen en directeuren worden al gecommitteerd aan de uitvoering en daarna moet de medezeggenschap zijn zegje nog doen. Goede voorbeelden van die werkwijze zijn de beleidsnota “Vision 2020” en Het internationaliseringsbeleid: al voordat de UR een besluit over neemt, worden deze al uitgevoerd.

Via bestuurlijke-administratieve veranderingen en richtlijnen ontwijkt het college medezeggenschap: bijvoorbeeld door een gedetailleerd “centraal OER” op te leggen aan de opleidingen en door een bestuurlijke laag onderwijsdecaan-UCO-onderwijsdirecteur in te richten waar de medezeggenschap geen vat op heeft.

Adviezen worden door het college gewoon niet uitgevoerd: zo heeft de universiteitsraad , aangespoord door hun achterban van personeel en studenten, reeds tot twee keer toe geadviseerd de TOM-regels te veranderen en de opleidingen meer ruimte te geven voor het optimaal inrichten van een goed, studeerbaar en aantrekkelijk programma. Maar het college rapporteert alleen maar dat ze goed bezig zijn met hun verbeterpunten, dat de waardering na de opstartfase vanzelf weer beter wordt en dat het personeel zich blijkbaar de nieuwe TOM-werkwijze nog niet goed heeft eigengemaakt.

Het rendement denken speelt bij ons zeker ook een rol: denk maar aan wiskunde onderwijs in een collegezaal van 900 studenten en 2 jaar geleden is de Toegepaste Onderwijskunde opleiding, een van de best beoordeelde opleidingen van de UT, nog opgeheven vanwege een te lage instroom.

De PvdUT staat dan ook achter de leuzen van de landelijke actie dag:

– Minder rendement denken in TOM (ophouden met rendementsverhoging door steeds meer toetsen en steeds soepeler compensatieregelingen maar meer aandacht voor studeerbaarheid,    kwaliteit en eindtermen)

– Minder rendement denken in onderzoek: niet voornamelijk afrekenen op aantallen extern gefinancierde projecten

– Minder dirigistisch optreden van het college: macht terug naar de opleidingen en faculteiten

– Meer macht (bevoegdheden) voor de medezeggenschap. Dit geldt voor medewerkers en studenten.