De PvdUT-aanpak: kritisch en consistent

  • dé partij voor samenwerking van personeel en studenten;
  • zegt waar het op staat als dat nodig is;
  • niet bang om vast te houden aan een goed onderbouwd standpunt;
  • de partij die niet bang is voor een confrontatie met het College van Bestuur.

Onderwijs: TOM moet anders

De PvdUT is niet tegen projectonderwijs of inhoudelijke samenhang van kwartielen. Integendeel, waar dit kan én meerwaarde heeft, zien wij zeker voordelen. Daarintegen zien we ook de tekoorstkomeningen van het huidige karakter van de 15 EC-modules en andere TOM-regels en –voorwaarden die voor alle opleidingen gelden, zoals de one-size-fits-all wiskundelijn.

Wat moet anders?

  • De zeggenschap over de inhoud, eindtermen en didactiek van de opleidingen moet terug naar waar die hoort: de opleidingen in de faculteiten. Dus de grip die het college probeert te krijgen op het onderwijs via een nieuwe hiërarchische lijn onderwijsdecaan – UCO – onderwijsdirecteur moet worden teruggedraaid.
  • 15 EC: alles-of-niets. Dit uitgangspunt (voorschrift) is inflexibel, pakt onrechtvaardig uit en werkt belemmerend op een goede studieloopbaan-ontwikkeling van studenten. De 15 EC-alles-of-niets-regel moet met onmiddellijke ingang van tafel: de opleiding bepaalt welke onderdelen zijn te herkansen en afgeronde onderdelen worden geregistreerd. In overleg met examencommissies en opleidingscommissies worden hierover per opleiding afspraken over gemaakt.
  • Studeerbaarheid. Het streven naar geïntegreerde modules mag nooit leiden tot hogere werkdruk voor student en medewerker.
  • Activisme. Flexibeler programma’s en regels moeten activiteiten in medezeggenschap en besturen weer mogelijk maken. Op deze manier kunnen studenten die zich breder willen ontwikkelen dan slechts het geeikte curriculem toch de kans worden geboden zich te ontplooien.Dat geldt ook voor de combinatie met ondernemerschap en werk, en voor mensen die geconfronteerd worden met ziekte of andere beperkingen.

Onderzoek en bestuur

  • Het college van bestuur moet weer terug naar zijn core business: hoofdlijnen van beleid en voor de rest zorgdragen voor optimale dienstverlening en voorwaardenscheppen voor de groei en bloei van onderwijs en onderzoek. Meer ambitie op de werkvloer, minder in de bestuursvleugel.
  • De tweedeling van bestuurlijke verantwoordelijkheden en budgetten voor onderwijs (faculteiten) enerzijds en onderzoek (instituten) anderzijds moet opgeheven of sterk aangepast worden. Alleen dan is er een goed en consistent personeelsbeleid voor wetenschappelijk personeel mogelijk.
  • Het college dient het OPUT als een volwaardig overlegpartner voor arbeidsvoorwaarden te behandelen.

Personeelsbeleid

  • Reorganisaties: voorkomen is beter. Reorganisaties zijn meer het gevolg van bestuurlijk falen bij het anticiperen op veranderingen, hetgeen vervolgens op het personeel wordt afgewenteld. Veel beter is een actief beleid te voeren in samenspraak met de medezeggenschap.
  • Concrete plannen voor carrièreperspectief voor docenten en deelnemers aan de medezeggenschap.
  • Geen eenzijdige nadruk op tijdelijke aanstellingen, zoals tenure tracks bij het WP.