PvdUT Verkiezingsprogramma 2016

  1. Sturen op kwaliteit van het onderwijs, niet op rendement van de opleidingen of op modelprincipes.
  2. TOM moet flexibeler voor studenten die tijdelijk of structureel niet full-time kunnen of willen studeren en rechtvaardiger voor studenten die een deel van de module wel goed hebben afgerond.
    Dus afschaffen van het niveau verlagende 15 EC alles-of niets-principe: samenhang van onderdelen binnen een module is een goede zaak, maar de opleidingen moeten op grond van de inhoud en organisatie kunnen kiezen voor meerdere onderwijseenheden binnen een module.
  3. Studentenrechten moeten worden versterkt in regels (OER, BSA), voorzieningen en medezeggenschap (OLC, instemmingsrechten faculteitsraad).
  4. Minder inzet van middelen op excellentietrajecten voor individuele studenten, meer inzet op een hoger niveau van de opleiding van alle studenten.
  5. OLC’s: positie en bevoegdheden versterken en samenstelling niet door coöptatie of door benoeming door OLD/decaan laten bepalen.
  6. Besluitvorming over inhoud, didaktiek en het bijbehorende OER moet in faculteiten plaatsvinden, op een beperkt aantal punten kan het college daarvoor richtlijnen opstellen. Dus opheffen centraal-OER.
  7. Docenten: niet alleen uitvoerders van het onderwijs, maar ook meedenkers.
  8. Onderzoekers: meer academische vrijheid om de eigen onderzoekslijn te ontwikkelen.
  9. Bestuur: het CvB bepaalt de algemene UT-strategie op hoofdlijnen, maar een samenhangende invulling van het onderwijs-, onderzoek- en personeelsbeleid moet binnen de faculteit plaatsvinden. Besturen door het college per richtlijn moet een noodzakelijk uitzondering zijn.
  10. Onderzoekinstituten vooral gebruiken als uithangbord naar buiten en het identificeren en extra ondersteunen van potentiële wetenschapsgebieden waarop innovatie en valorisatie kansrijk zijn.
  11. Personeelsbeleid moet gericht zijn op ontwikkeling van de medewerker en, actief inspelend op verandering in beleid en werkzaamheden, moeten reorganisaties zo veel mogelijk worden voorkomen.
  12. Terugdringen van werkdruk voor het vaste wetenschappelijke WP door
    Minder budgetten voor overhead en “vernieuwing” in beleid, dus meer docenten/onderzoekers
    – Ondersteuning voor het primaire proces te laten werken i.p.v. andersom. Dus ondersteuning decentraal organiseren, waar het kan.
    – Laat de faculteiten een taakbelastingbeleid
  13. Promovendi: géén beursdalenbeleid, ook niet als pilot.
  14. Communicatie vanuit de UT-organisatie moet verbeterd worden