PvdUT Speerpunten 2016

PvdUT samen staan medewerkers en studenten sterker

De PvdUT is de enige partij waarin studenten en personeel gezamenlijk tot afgewogen standpunten komen. De PvdUT is ook de enige partij die zich duidelijk uitspreekt over de wijze waarop de UT moet worden bestuurd: het college van bestuur moet zijn top down benadering verlaten en weer dienstbaar zijn aan de faculteiten en instituten waar onderwijs, onderzoek, personeel en studenten de ruimte moeten krijgen om zich te ontwikkelen. De PvdUT stelt zich kritisch op tegen het door geld gedreven beleid (rendementsdenken) en neemt in de besluitvorming daarover een consistente positie in.
De aanpak van de PvdUT:

  • dé partij voor samenwerking van personeel en studenten;
  • zegt waar het op staat als dat nodig is;
  • tot een compromis bereid, maar niet bang om vast te houden aan zijn standpunt;
  • de partij die een confrontatie met het College van Bestuur niet uit de weg gaat.

Samenhang in modules, Ja! 15 EC, Nee!

De PvdUT is niet tegen projectonderwijs of inhoudelijke samenhang binnen kwartielen. Integendeel, waar dit kan én meerwaarde heeft, zien wij zeker voordelen. Daarentegen zien we ook de tekortkomingen van het huidige karakter van de 15 EC-modules en andere TOM-regels en –voorwaarden die voor alle opleidingen gelden, zoals de one-size-fits-all wiskundelijn.

  • De zeggenschap over de inhoud, eindtermen en didactiek van de opleidingen moet terug naar waar die hoort: de opleidingen in de faculteiten. Dus de grip die het college probeert te krijgen op het onderwijs via een nieuwe hiërarchische lijn decaan onderwijsvernieuwingen – UCO – onderwijsdirecteur mag niet worden gerealiseerd.
  • De focus op rendement moet van tafel: de druk op docenten om hoge slaagpercentages te realiseren leidt tot ongewenste compensatieregelingen en niveauverlaging. Ook studenten en de Nederlandse kenniseconomie hebben er baat bij dat een hoog niveau wordt nagestreefd – en niet alleen voor de happy few in het excellentie-trajecten. Een student heeft recht op falen, uithuilen en goed begeleid opnieuw proberen.
  • Wij zijn vóór opwaarderen van de rol en bevoegdheden van de opleidingscommissies als vertegenwoordigers van studenten. Een centraal OER moet vervangen worden door een richtlijn op hoofdlijnen, voor zover dat voor de afstemming van de opleidingen nodig is, en de OER’s moeten worden vastgesteld in de faculteiten.
  • 15 EC: alles-of-niets. Dit uitgangspunt (voorschrift) is inflexibel gebleken, pakt onrechtvaardig uit en werkt belemmerend op een goede studieloopbaan-ontwikkeling van studenten. Dat die regel de oorzaak is van de verhoogde studiesnelheid is een hardnekkige misvatting. De 15 EC-alles-of-niets-regel moet nu definitief van tafel: de opleiding bepaalt welke echt samenhangende onderdelen zijn te herkansen en afgeronde onderdelen worden geregistreerd. De afspraken hierover worden vastgelegd in het OER, zodat OLC en FR zich hierover kunnen uitspreken.

Geef studenten weer ontwikkelingsruimte

Flexibeler programma’s en regels moeten activiteiten in medezeggenschap en besturen weer mogelijk maken. Op deze manier kunnen studenten die zich breder willen ontwikkelen dan slechts het Geijkte curriculum toch de kans worden geboden zich te ontplooien. Dat geldt ook voor de combinatie met ondernemerschap en werk, en voor mensen die geconfronteerd worden met ziekte of andere beperkingen.

Stop het afromen

  • Het college van bestuur moet weer terug naar zijn core business: hoofdlijnen van beleid en voor de rest zorgdragen voor optimale dienstverlening en voorwaarden scheppen voor de groei en bloei van onderwijs en onderzoek. Meer ruimte voor ambitie op de werkvloer, minder in de bestuursvleugel.
  • De centralisatie van dienstverlening moet voor een groot deel weer teruggedraaid worden: goede UT-brede administratieve systemen zijn nodig maar de dienstverleners zelf moeten dicht bij onderwijs en onderzoek georganiseerd worden – en van daaruit aangestuurd worden.
  • Minder nieuw beleid, dienstverlening op maat en minder sturing door het CvB via afgeroomde budgetten moeten mogelijk maken dat er weer meer geld naar onderwijs en onderzoek gaat.
  • De tweedeling van bestuurlijke verantwoordelijkheden en budgetten voor onderwijs (faculteiten) enerzijds en onderzoek (instituten) anderzijds moet opgeheven of sterk aangepast worden. Alleen dan is er een goed en consistent personeelsbeleid voor wetenschappelijk personeel mogelijk.

Reorganisaties: voorkomen is beter!

Reorganisaties zijn meer het gevolg van bestuurlijk falen bij het anticiperen op veranderingen dan van het personeel waarop het probleem wordt afgewenteld. Veel beter is een actief personeelsbeleid in de faculteiten en diensten te voeren, in samenspraak met de medezeggenschap. Het centrale bestuur moet daarvoor het juiste beleidskader en adequate ondersteuning leveren

Wij willen af van de eenzijdige nadruk op tijdelijke aanstellingen, zoals tenure tracks bij het WP. Het gaat om de ontwikkeling van al het personeel, binnen of buiten hun functie en waardering voor hun functioneren. Specifiek willen we dat er concrete plannen voor carrièreperspectief voor docenten en deelnemers aan de medezeggenschap worden gemaakt